initial black logo  no background

 

Annika Cannaerts

Expertise

Dichter

Poëzie schrijven is met een vergrootglas kijken naar iets dat ernaar verlangt te stromen.

BIO

Annika Cannaerts is germanist en leerkracht Nederlands. Ze omschrijft zichzelf als een laatbloeier, maar dan een hevige. Haar gedichten verschenen al vaak in de openbare ruimte en ze klimt ook regelmatig op een podium, o.a. bij de Dichters in de Prinsentuin in Groningen. Ze won meerdere literaire wedstrijden en publiceerde in literaire tijdschriften, o.m. Poëziekrant, Meander, Ballustrada, Op ruwe planken, Het Gezeefde Gedicht en bloemlezingen.

Het mooiste compliment dat ze ooit kreeg, kwam van de jury van de Rob de Vosprijs, die haar gedichten huiveringwekkend mooi vond en de taal warm en herfstig, een beetje zoals de vierde symfonie van Johannes Brahms.

Haar gedichten cirkelen rond vervreemding van het lichaam, wreedheid, de onbereikbare moederfiguur, herschreven herinneringen, de levensdrift. Het overkoepelend thema in haar werk is hoe opnieuw te beginnen.

publicaties bij Archipel
Met een zintuiglijke, beeldrijke taal schrijft Annika Cannaerts poëzie die onderhuids werkt, beklemmend en onontkoombaar, maar ook teder en helder. In een universum van sneeuwbollen, ziekenhuiskamers, dierenlichamen en huislijke interieurs valt identiteit steeds opnieuw uiteen, terwijl herinneringen zich herschrijven als een tweede huid. Haar gedichten bewegen zich op de breuklijn tussen verlangen naar geborgenheid en de drang om te verdwijnen. Woorden worden materiaal dat een lichaam bijeenhoudt wanneer alles dreigt te verschuiven. Deze bundel verkent het moment vlak voor iets breekt, waar controle en ontregeling tegelijk bestaan, en waar een lichaam transformeert, van object naar stem.
Met een zintuiglijke, beeldrijke taal schrijft Annika Cannaerts poëzie die onderhuids werkt, beklemmend en onontkoombaar, maar ook teder en helder. In een universum van sneeuwbollen, ziekenhuiskamers, dierenlichamen en huislijke interieurs valt identiteit steeds opnieuw uiteen, terwijl herinneringen zich herschrijven als een tweede huid. Haar gedichten bewegen zich op de breuklijn tussen verlangen naar geborgenheid en de drang om te verdwijnen. Woorden worden materiaal dat een lichaam bijeenhoudt wanneer alles dreigt te verschuiven. Deze bundel verkent het moment vlak voor iets breekt, waar controle en ontregeling tegelijk bestaan, en waar een lichaam transformeert, van object naar stem.